The Divine Life Society
Afdeling Aalst
Homepage


OVER EEN VER VERLEDEN

Zoals het tot ons komt uit de oude geschriften
Hindoes hebben iets wat wij niet hebben, namelijk de herinnering aan een verleden dat duizenden jaren teruggaat in de tijd. Daarover vertellen onder andere de Poeraanas. Er zijn achttien Poeraanas en achttien Oepapoeraanas of secondaire Poeraanas. Poeraana betekent: iets wat oud is en wat toch ook altijd jong is. De Bhaagavatam is de meest gezaghebbende Poeraana en tevens een van de belangrijkste hindoe geschriften. De auteur is Vyaasa. Hij leerde de tekst aan zijn zoon Shoeka.

De Bhaagavatam combineert bhakti (devotie) en gnyaana (kennis van de Kenner) en vertelt onder meer het verhaal van Bhagavaan Shrie Krishna. Bhagavaan betekent: de bezitter van alle bhagas of heerlijkheden.

In het Elfde Boek bereidt Shrie Krishna zich voor op het verlaten van deze wereld. Hij geeft zijn laatste onderrichtingen aan zijn discipel Oeddhava. Hij weidt uit over verscheidene onderwerpen, maar legt de nadruk op de noodzaak in alles de Allerhoogste te zien en een leven te leiden van zelfovergave en onthechting.

Het onderricht van Shrie Krishna aan Oeddhava wordt ook de Oeddhava Gietaa genoemd, Shoeka, de zoon van Vyaasa, vertelt de Bhaagavatam aan koning Pariekshit, een kleinzoon van Arjoena. Op zekere dag tijdens de jacht ging Pariekshit om zijn dorst te lessen de aashram van de wijze Shamika binnen. Shamika zat in diepe meditatie en was zich niet bewust van de komst van de koning, die dacht dat de wijze hem moedwillig negeerde. Hij voelde zich daardoor beledigd. Met zijn boog nam hij een dode slang op en wierp ze over de schouders van de wijze. De wijze had een zoon Shringi genaamd, die geboren was met grote krachten. Toen Shringi zijn vader vond met de dode slang rond zijn nek vervloekte hij degene die hiervoor verantwoordelijk was: zeven dagen later zou de dader worden gedood door een slang. Toen de wijze dit hoorde, wees hij zijn zoon streng terecht, zeggend dat een wandaad niet ongedaan kan worden gemaakt door een andere wandaad te begaan. De vervloeking kon evenwel niet teniet worden gedaan, want het woord van een brahmaan kan nooit zonder gevolgen blijven.

Toen de door wroeging gekwelde Pariekshit vernam dat hij over zeven dagen zou sterven, droeg hij zijn koninkrijk over aan zijn zoon Janamejaya en begaf hij zich naar de Ganges om daar in vrede te sterven. Op de oever van de Ganges ontmoette hij de zoon van Vyaasa, Shoeka, die op dat ogenblik slechts zestien jaar oud was. Maar ondanks zijn jeugdige leeftijd schitterde hij met grote spirituele luister. Nederig begroette Pariekshit hem met de woorden: “O grote Meester, zegen mij met uw aanwezigheid en spreek me over de plichten van degene die de verlossing zoekt.” Shoeka vertelde hem de Bhaagavatam, zoals hij ze had gehoord van zijn vader.

Datering
Volgens de hindoe traditie vond de Mahaabhaarata-oorlog plaats in 3138 V.C. Yoedhishthira, de oudste van de Paandavas, regeerde gedurende 36 jaar. Pariekshit volgde hem op in 3102 V.C. Hij regeerde gedurende 60 jaar. Het bewijs voor deze datering wordt geleverd door de Matsya Poeraana, die zegt in hoofdstuk 271 dat Pariekshit werd geboren toen de Saptarshi mandala (constellatie van een groep van zeven sterren) en de maand maagha (maand volgens de hindoe kalender van half februari tot half maart) in hetzelfde huis van de zodiac of dierenriem stonden. Dit was in 3077 V.C. en in 477 V.C. en het zal opnieuw gebeuren in 2223, dus over iets meer dan 200 jaar.